Artikel 42 van Verordening (EU) 2024/1689 — Vermoeden van conformiteit met bepaalde vereisten. Officiële tekst, praktische interpretatie, belangrijkste verplichtingen en compliance-implicaties.

Samenvatting van de officiële tekst

Artikel 42 van Verordening (EU) 2024/1689 (de EU AI-verordening) stelt een mechanisme in dat bekend staat als het vermoeden van conformiteit. Op grond van dit mechanisme wordt een AI-systeem met een hoog risico dat is ontwikkeld en getest in overeenstemming met geharmoniseerde normen — of delen daarvan — waarvan de referenties in het Publicatieblad van de Europese Unie zijn gepubliceerd, geacht te voldoen aan de vereisten van hoofdstuk 2 van titel III van de Verordening, voor zover die geharmoniseerde normen die vereisten dekken.

Hetzelfde vermoeden geldt wanneer een aanbieder conformiteit aantoont met gemeenschappelijke specificaties die door de Europese Commissie zijn vastgesteld overeenkomstig artikel 41 van de Verordening, opnieuw voor zover die gemeenschappelijke specificaties de toepasselijke vereisten betreffen.

Het vermoeden is voorwaardelijk en evenredig: het geldt alleen met betrekking tot de vereisten die de geharmoniseerde norm of gemeenschappelijke specificatie daadwerkelijk dekt. Wanneer een norm of specificatie slechts een deel van een vereiste dekt, geldt het vermoeden van conformiteit alleen voor dat deel. Aanbieders blijven verantwoordelijk voor het aantonen van conformiteit met vereisten die niet door de norm of specificatie worden gedekt via andere passende middelen.

Dit artikel weerspiegelt de bredere Europese benadering van productregelgeving, vergelijkbaar met soortgelijke vermoedensregelingen in bestaande EU-harmonisatiewetgeving (zoals de Machinerichtlijn en de Radioapparatuurrichtlijn), en integreert de AI-verordening in het bestaande Nieuw Wetgevend Kader.

Wat dit in de praktijk betekent

Voor aanbieders van AI-systemen met een hoog risico creëert artikel 42 een praktisch compliance-traject dat zowel de kosten als de complexiteit van het aantonen van conformiteit vermindert. In plaats van voor elk toepasselijk vereiste afzonderlijke technische argumenten van nul af aan op te bouwen, kan een aanbieder zijn ontwikkelings- en testprocessen afstemmen op gepubliceerde geharmoniseerde normen en vertrouwen op het resulterende vermoeden om markttoezichtautoriteiten en aangemelde instanties tevreden te stellen.

Concreet zou een bedrijf dat een AI-aangedreven medisch hulpmiddel ontwikkelt dat als hoog risico is ingedeeld op grond van bijlage III, de door de Europese Commissie gepubliceerde geharmoniseerde normen na standaardisatiemandaten aan organen zoals CEN-CENELEC beoordelen. Wanneer die normen in het Publicatieblad zijn gepubliceerd, documenteert het bedrijf zijn conformiteit daarmee — bijvoorbeeld ter dekking van vereisten inzake gegevensbeheer, transparantie of robuustheid — en legt dit vast in zijn technische documentatie zoals vereist door artikel 11 en bijlage IV.

Wanneer geharmoniseerde normen nog niet beschikbaar zijn — wat een reële beperking blijft gezien de nieuwheid van de Verordening — kunnen aanbieders in plaats daarvan de door de Commissie vastgestelde gemeenschappelijke specificaties op grond van artikel 41 gebruiken als gelijkwaardig traject naar het vermoeden.

Het is belangrijk te vermelden dat het vermoeden de verplichting tot het uitvoeren van een conformiteitsbeoordeling op grond van artikel 43 niet opheft. Het vereenvoudigt de bewijsbasis voor die beoordeling. Interne compliance-teams, juridisch adviseurs en aangemelde instanties moeten artikel 42 beschouwen als een gestructureerde kortere weg binnen de bredere conformiteitsbeoordelingsarchitectuur, niet als een vrijstelling daarvan. Aanbieders dienen actief de nieuw gepubliceerde geharmoniseerde normen bij te houden, aangezien de conformiteitstrajecten aanzienlijk zullen evolueren tijdens de gefaseerde uitrolperiode.

Belangrijkste verplichtingen

Relatie met andere artikelen

Artikel 42 bevindt zich op het snijpunt van de standaardisatie- en conformiteitsbeoordelingsarchitectuur van de Verordening en kan niet geïsoleerd worden gelezen.

Het is rechtstreeks afhankelijk van artikel 41 (gemeenschappelijke specificaties), dat de alternatieve route naar het vermoeden biedt wanneer geharmoniseerde normen ontbreken of onvolledig zijn. Het vermoeden dat door artikel 42 wordt geactiveerd, werkt rechtstreeks door in artikel 43 (conformiteitsbeoordelingsprocedures), dat de procedurele route bepaalt — interne controle of betrokkenheid van derden — die een aanbieder moet volgen.

De vereisten waarvoor conformiteit wordt vermoed, zijn vastgelegd in artikelen 9 tot en met 15 (hoofdstuk 2, titel III), die betrekking hebben op risicobeheer, gegevensbeheer, technische documentatie, transparantie, menselijk toezicht, nauwkeurigheid, robuustheid en cyberbeveiliging. Artikel 11 en bijlage IV regelen de technische documentatie waarin de normconformiteit moet worden vastgelegd.

Artikel 40 (geharmoniseerde normen) is het stroomopwaartse tegenstuk: het beschrijft hoe standaardisatiemandaten worden uitgegeven en hoe geharmoniseerde normen hun status onder de Verordening verwerven. Artikel 42 is derhalve het stroomafwaartse rechtsgevolg van artikel 40.

Nalevingstijdlijn

De EU AI-verordening is op 1 augustus 2024 in werking getreden (twintig dagen na publicatie in het Publicatieblad op 12 juli 2024). De toepassing van de bepalingen verloopt gefaseerd:

Voor artikel 42 specifiek wordt de praktische tijdlijn ook bepaald door de standaardisatiemandaten van de Europese Commissie aan CEN-CENELEC en ETSI. Geharmoniseerde normen onder de AI-verordening zijn vanaf medio 2026 nog niet volledig gepubliceerd; aanbieders dienen het Publicatieblad en het standaardisatiewerkprogramma van de Commissie nauwlettend te volgen. Totdat geharmoniseerde normen beschikbaar zijn voor een bepaald vereiste, is het vertrouwen op gemeenschappelijke specificaties op grond van artikel 41 het primaire alternatieve traject.

Official AI Act Compliance Deadline Calendar

Updated · Sources: Regulation (EU) 2024/1689 and the 2026 Digital Omnibus on AI.

Obligation Applies to Original date New date Status Countdown Legal basis
Prohibited Practices (Art. 5) All providers and deployers active AI Act Art. 5
GPAI Rules (Chapter 5) GPAI model providers active AI Act Art. 51-56
AI-Generated Content Marking Providers of generative GPAI systems active AI Act Art. 50(2)
Regulatory Sandboxes National competent authorities active AI Act Art. 57
High-risk AI — Annex III (standalone) Providers of standalone Annex III systems deferred AI Omnibus 2026 Art. 6(2)
High-risk AI — Annex I (embedded) AI embedded in Annex I regulated products deferred AI Omnibus 2026 Art. 6(1)

Download JSON · CC BY 4.0

Frequently Asked Questions

Artikel 42 bepaalt dat AI-systemen met een hoog risico die zijn ontwikkeld en getest in overeenstemming met geharmoniseerde normen die in het Publicatieblad van de Europese Unie zijn gepubliceerd, worden geacht te voldoen aan de overeenkomstige vereisten van hoofdstuk 2 van titel III. Het is een juridische kortere weg die de last van de conformiteitsbeoordeling vermindert voor aanbieders die erkende normen volgen.

Artikel 42 is specifiek van toepassing op AI-systemen met een hoog risico zoals gedefinieerd in artikel 6 en opgenomen in bijlage III (en voorheen bijlage II). AI-systemen voor algemene doeleinden en systemen met minimaal risico vallen onder afzonderlijke bepalingen en komen niet in aanmerking voor hetzelfde vermoeden.

Wanneer er geen geharmoniseerde norm is gepubliceerd, of wanneer de norm niet alle toepasselijke vereisten dekt, kunnen aanbieders in plaats daarvan vertrouwen op gemeenschappelijke specificaties die door de Europese Commissie zijn vastgesteld op grond van artikel 41. Conformiteit met die gemeenschappelijke specificaties activeert ook het vermoeden op grond van artikel 42.

Nee. Het vermoeden van conformiteit vereenvoudigt en ondersteunt het conformiteitsbeoordelingsproces, maar vervangt dit niet. Aanbieders van AI-systemen met een hoog risico moeten nog steeds de toepasselijke conformiteitsbeoordelingsprocedure van artikel 43 voltooien, hetzij via interne controle of betrokkenheid van derden, afhankelijk van de systeemcategorie.

Ja. Het vermoeden is weerlegbaar. Markttoezichtautoriteiten en aangemelde instanties behouden de bevoegdheid om bewijs te verlangen dat een systeem daadwerkelijk voldoet aan de onderliggende vereisten. Conformiteit met een geharmoniseerde norm schept een vermoeden, geen absolute garantie, en de feitelijke implementatie moet nog steeds worden aangetoond.

Stay ahead of AI Act changes

Get compliance alerts when deadlines or obligations change.

No spam. One-click unsubscribe.

Take compliance further with the AI Act Academy

Templates, training modules, and live Q&A — everything needed to implement AI Act compliance.