Artikel 1 van Verordening (EU) 2024/1689 — Onderwerp. Officiële tekst, praktische interpretatie, belangrijkste verplichtingen en nalevingsimplicaties.

Samenvatting officiële tekst

Artikel 1 van Verordening (EU) 2024/1689 van het Europees Parlement en de Raad — algemeen bekend als de EU AI-verordening — stelt het onderwerp van de verordening vast. Het bepaalt dat de verordening geharmoniseerde regels vaststelt met betrekking tot het op de markt aanbieden, het in gebruik stellen en het gebruik van artificiële-intelligentiesystemen in de Unie.

Het artikel identificeert vijf principale regulatoire doelstellingen die de verordening nastreeft:

  1. Regels over verboden AI-praktijken die onaanvaardbare risico's vormen voor grondrechten, veiligheid en waarden van de Unie.
  2. Specifieke vereisten en verplichtingen voor hoog-risico AI-systemen en de exploitanten die betrokken zijn bij hun levenscyclus.
  3. Transparantieverplichtingen voor bepaalde AI-systemen die interageren met natuurlijke personen of synthetische inhoud genereren.
  4. Regels van toepassing op AI-modellen voor algemene doeleinden (GPAI), met inbegrip van die met een systeemrisico.
  5. Regels inzake marktmonitoring, markttoezicht, governance op zowel het niveau van de lidstaten als het niveau van de Unie, en handhavingsmechanismen.

Artikel 1 vermeldt ook dat de verordening tot doel heeft de werking van de interne markt te verbeteren en de toepassing van mensgerichte en betrouwbare kunstmatige intelligentie te bevorderen, met behoud van een hoog niveau van bescherming van gezondheid, veiligheid en grondrechten zoals verankerd in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. Daarmee verankert het de verordening tegelijkertijd in het interne-marktrecht (Artikel 114 VWEU) en de bescherming van grondrechten.

Wat dit in de praktijk betekent

Artikel 1 is een kaderbepalende bepaling. Het genereert op zichzelf geen directe nalevingstaken, maar definieert de regulatoire logica die bepaalt welke verplichtingen van toepassing zijn op een bepaalde actor of systeem.

Voor aanbieders — bedrijven of personen die AI-systemen of AI-modellen voor algemene doeleinden ontwikkelen en op de EU-markt brengen of in gebruik stellen — geeft Artikel 1 het signaal dat een uitgebreid, risicogebaseerd nalevingskader hun activiteiten regelt. Een aanbieder van een hoog-risico AI-systeem dat wordt gebruikt voor kredietscoring, werving of kritieke infrastructuur moet van meet af aan begrijpen dat de verordening tegelijkertijd marktharmonisatie en bescherming van grondrechten nastreeft. Deze dubbele doelstellingen bepalen hoe verplichtingen in latere artikelen worden geïnterpreteerd.

Voor gebruiksverantwoordelijken — entiteiten die AI-systemen in een professionele context gebruiken — bevestigt Artikel 1 dat gebruik binnen de Unie voldoende is om de verordening te activeren, zelfs als de aanbieder buiten de EU is gevestigd.

Voor juridische en compliance-teams stelt Artikel 1 vast dat de EU AI-verordening geen sectorspecifieke regel is, maar een horizontale verordening die AI in alle domeinen dekt, met uitzondering van systemen die uitsluitend worden gebruikt voor militaire, nationale veiligheids- of onderzoeks- en ontwikkelingsdoeleinden voorafgaand aan marktplaatsing, zoals nader gespecificeerd in Artikel 2.

Praktisch voorbeeld: Een in de VS gevestigd bedrijf dat een AI-tool voor het screenen van cv's inzet voor de werving van in de EU gebaseerde werknemers valt binnen de regulatoire reikwijdte die Artikel 1 beschrijft. Het nalevingstraject begint met het begrijpen van de toepassingsomschrijving van Artikel 1, en gaat dan verder naar Artikel 6 en Bijlage III om te beoordelen of het systeem een hoog-risico systeem is.

Belangrijkste verplichtingen

Relatie met andere artikelen

Artikel 1 moet worden gelezen als de toegangspoort tot de gehele verordening. Het sluit direct aan op Artikel 2 (werkingssfeer en uitsluitingen), dat precies specificeert welke actoren en systemen zijn gedekt of vrijgesteld, met inbegrip van uitzonderingen voor militair gebruik, persoonlijk niet-professioneel gebruik en beperkte open-source bepalingen.

De vijf doelstellingen die Artikel 1 opsomt, zijn direct terug te vinden in de structurele hoofdstukken van de verordening: Artikel 5 (verboden praktijken), Artikelen 6–51 (hoog-risico AI-systemen), Artikel 50 (transparantieverplichtingen), Artikelen 51–56 (GPAI-modellen) en Artikelen 57–101 (governance en handhaving).

Artikel 1 versterkt ook de interpretatieve rol van de overwegingen, met name Overwegingen 1–10, die het doel van de verordening contextualiseren binnen de digitale strategie van de EU en het Handvest van de grondrechten. Wanneer er onduidelijkheid ontstaat bij de toepassing van latere artikelen, moeten compliance-teams terugkeren naar de vermelde doelstellingen van Artikel 1 als primair interpretatief ankerpunt overeenkomstig de standaardprincipes voor interpretatie van EU-wetgeving.

Tijdlijn voor naleving

Artikel 1 is in werking getreden op 1 augustus 2024, twintig dagen na de publicatie van de verordening in het Publicatieblad van de Europese Unie (PB L 2024/1689, 12 juli 2024). Als onderwerpbepaling is het van toepassing vanaf die datum en heeft het geen uitgestelde toepassingsperiode.

De operationele bepalingen die Artikel 1 beschrijft, volgen echter een gefaseerd toepassingsschema:

Het begrijpen van het kader van Artikel 1 is dan ook een onmiddellijke verplichting — het informeert hoe organisaties al sinds augustus 2024 hadden moeten beginnen met hun AI-inventarisatie- en risicoklassificatie-oefeningen.

Official AI Act Compliance Deadline Calendar

Updated · Sources: Regulation (EU) 2024/1689 and the 2026 Digital Omnibus on AI.

Obligation Applies to Original date New date Status Countdown Legal basis
Prohibited Practices (Art. 5) All providers and deployers active AI Act Art. 5
GPAI Rules (Chapter 5) GPAI model providers active AI Act Art. 51-56
High-risk AI — Annex III (standalone) Providers of standalone Annex III systems deferred AI Omnibus 2026 Art. 6(2)
High-risk AI — Annex I (embedded) AI embedded in Annex I regulated products deferred AI Omnibus 2026 Art. 6(1)
AI-Generated Content Marking Providers of generative GPAI systems active AI Act Art. 50(2)
Regulatory Sandboxes National competent authorities active AI Act Art. 57

Download JSON · CC BY 4.0

Frequently Asked Questions

Artikel 1 stelt het onderwerp vast van Verordening (EU) 2024/1689. Het formuleert het doel van de verordening: het vaststellen van geharmoniseerde regels voor AI-systemen die op de markt worden gebracht, in gebruik worden gesteld of worden gebruikt in de Europese Unie, met inbegrip van regels over verboden AI-praktijken, vereisten voor hoog-risico AI-systemen, transparantieverplichtingen en governancestructuren. Het omvat ook AI-modellen voor algemene doeleinden.

Artikel 1 is een definitie- en kaderbepalende bepaling, geen operationeel artikel. Het legt zelf geen verplichtingen op, maar definieert de regulatoire reikwijdte. Bedrijven moeten het lezen in samenhang met latere artikelen — met name Artikelen 5, 6, 13 en 51 — om te bepalen welke regels van toepassing zijn op hun specifieke AI-systemen of -modellen.

De verordening is van toepassing op aanbieders die AI-systemen op de EU-markt brengen of in gebruik stellen in de EU, op gebruiksverantwoordelijken die AI-systemen gebruiken in de EU, en op aanbieders en gebruiksverantwoordelijken die in derde landen zijn gevestigd maar waarvan de output van het AI-systeem binnen de EU wordt gebruikt. Importeurs en distributeurs vallen ook binnen de werkingssfeer onder specifieke voorwaarden.

Artikel 1 sluit open-source systemen niet uit van de toepassingsomschrijving van de verordening. Beperkte vrijstellingen voor vrije en open-source AI-componenten worden geregeld in Artikel 2, dat de uitsluitingen van de werkingssfeer beheerst. Artikel 1 definieert waar de verordening over gaat; Artikel 2 definieert op wie zij van toepassing is en waar uitzonderingen bestaan.

Stay ahead of AI Act changes

Get compliance alerts when deadlines or obligations change.

No spam. One-click unsubscribe.